dinsdag 23 november 2021

27. The Banner Saga 2 (2016)








Vlucht! Het land scheurt open.
Volk vecht en raakt op dool.
Angst leidt de tocht naar een
Onzeker lot.

Wanhopig vluchten voor
Wereldverslinderslang
Hoop geput uit een
Wapperend vod.

Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde

Uberkamper heeft het even moeten opzoeken, maar een legende blijkt een overgeleverd volksverhaal te zijn dat een historische kern bevat. Een sage is dan weer een legende waarin voorlopers van onze hedendaagse superhelden (en schurken) de hoofdrol spelen en een hoop bovennatuurlijke dingen beleven. Bekende voorbeelden van sages zijn de Vliegende Hollander en de Belgische staatshervorming. Toen de Texaanse ontwikkelaar Stoic Studio een decennium geleden besliste om een driedelige Sage van de Banier te maken, was het duidelijk niet hun ambitie om de verhaallijn van Tetris te herschrijven, maar om een verhalend meesterwerk te maken dat alle registers van de klassieke sage volledig zou opentrekken.

Het eerste deel van The Banner Saga begint in een vredige stad in het hoge noorden die plots onder de voet wordt gelopen door mysterieuze Dredge, een ras waarvan iedereen dacht dat het al lang geleden uitgestorven was. Uiteindelijk blijkt dat ze iedereen gefopt hadden en alleen maar onder de grond waren gekropen, tot een veel groter kwaad hen - zwaarbewapend en uitermate slechtgezind – weer naar de oppervlakte jaagt. Na enkele hopeloze schermutselingen wordt duidelijk dat vluchten de enige optie is. Iedereen schaart zich achter de titelgevende banier en een kar vol eten, en vertrekt op een lange bittere tocht naar veiligere oorden. Uberkamper herinnert zich nog dat hij op het einde van dit eerste deel werkelijk iedereen de dood in had gejaagd en uiteindelijk moederziel alleen op het laatste nippertje de eindmeet haalde. In de Sage van de Banier sterven mensen als vliegen en worden fouten genadeloos afgestraft.

Maar niet getreurd. Het is perfect mogelijk om de drie delen als één geheel te spelen, maar aangezien Uberkampers betreurenswaardige resultaat amper als spelvoortgang te definiëren valt, besloot hij om deel twee gewoon te beginnen zonder zijn savefile te importeren. Zo kon hij op wonderbaarlijke wijze weer met volk achter zijn vlag op trektocht gaan, deze keer richting de hoofdstad van het Vikingrijk om de koning om hulp te vragen. Meer nog dan het eerste deel, bestaat dit tweede deel van de sage uit een deprimerende calvarietocht door een wereld die in snel tempo uit elkaar valt. De bedreigingen worden steeds groter, de confrontaties steeds brutaler en de slachtoffers steeds talrijker. Als het niet regent dan staat er een sneeuwstorm. Mensen schelden elkaar uit, sterven van de honger of worden gewoon totaal krankzinnig. Regelmatig moet er gevochten worden tegen de zwaar bewapende Dredge of tegen wanhopige boeren met een hooivork. Op het einde van zijn vijftien uur durende trektocht was Uberkamper zo gedeprimeerd dat hij tot zijn eigen afgrijzen een beker Cookie Dough roomijs uit de diepvriezer haalde en onder een dekentje naar Bridget Jones’s Diary begon te kijken (gelukkig na een paar minuten kunnen afzetten en de rest van de avond Doom gespeeld, zinloos virtueel geweld werkt toch nog altijd beter tegen neerslachtigheid dan platte verlatingsfantasieën).

Niet dat de Banner Saga een slecht spel is, maar blijkbaar moet er in een goede sage toch altijd eerst veel miserie overwonnen worden. Daarmee lijkt dit spel qua structuur overigens veel op The Lord of the Rings, die andere bekende trilogie waarbij in een vredige uithoek van het land een dreiging opduikt, waarna iedereen op een schier hopeloze tocht vol gevaren vertrekt. Als de analogie doorgetrokken wordt zal in deel drie van de Banner Saga, een wanhopige strijd geleverd worden rond de laatste stad van de mensheid, compleet met heel wat intriges en verraad, terwijl een klein groepje zich ongezien in het hart van het kwaad stort om de eigenlijke heldendaden en bijhorende offers te volbrengen. Zeker weet Uberkamper dat natuurlijk niet, want het enige dat hij tot nu toe gedaan heeft is zijn savefile in deel drie te importeren, aangezien hij deze keer wel met wat schamele volgelingen tot aan het einde van het tweede deel is gesukkeld.

Het zou een interessante vraag zijn of de verhalen van Tolkien zo massief aanwezig zijn in ons collectief geheugen dat ze onbewust model staan voor hedendaagse sagen of eerder dat iedereen uit hetzelfde archetype put dat ergens diep in onze genetische code ingebakken zit, maar dat zou ons allemaal helaas veel te ver voeren.

Voor de volledigheid geeft Uberkamper nog mee dat dit tweede deel grafisch een getekende stijl gebruikt die zeker mag gezien worden, maar waarschijnlijk ook kostenbesparend is voor een kleine ontwikkelaar. Ook dialogen zijn meestal niet ingesproken.

De banier schuift tweedimensionaal over het scherm waarbij heel wat gebeurtenissen zich via tekst afspelen. De keuzes die hierbij gemaakt moeten worden zijn soms onschuldig maar kunnen onverwacht en vaak met heel wat vertraging, van grote invloed zijn op het verhaal. Sterkhouders zijn zeker ook de complexe (en soms brutaal moeilijke) beurtelingse (turn-based) gevechten in The Banner Saga.  Uberkamper heeft na twee van de drie delen, nog steeds niet echt het gevoel dat hij alle finesses hiervan onder de knie heeft. Dat heeft te maken met het feit dat zowat elke held en vijand over een eigen set vaardigheden beschikt en bruikbare synergiën soms goed verstopt zitten of slechts bij toeval tot hun recht komen.

Hoe dan ook, The Banner Saga doet haar naam alvast alle eer aan. Wie net als Uberkamper een paar jaar achteroploopt bij het spelen, kan de drie games nu in één keer doorspelen en zich gedurende een kleine 40 uur volledig verliezen in één episch verhaal. Vrolijk wordt Uberkamper er voorlopig nog niet van, dus misschien voor het spelen toch eerst wat ijscrème in de diepvries zetten en hopen op een goede afloop.

zondag 8 augustus 2021

26. Mad Max (2015)





Zotte Max schiet wakker!
Half dood, arm als een luis.
Zijn eer en zijn auto door
boeven geroofd.

Nipt gered start hij een
apocalyptische
wraaktocht en schiet boef met
tweeloop in hoofd. 



Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde

Het is veilig om te stellen dat de eerste film uit 1979 met Mad Max in de hoofdrol zowat de moeder is van alle post-apocalyptische werelden. De oliecrisis van die tijd inspireerde de makers van Mad Max namelijk niet tot autoloze zondagen, maar tot een dystopisch visioen waarin landen elkaar bestookten met grensoverschrijdende opmerkingen over elkaars moeder, alsmede met hun volledige nucleaire arsenaal. Wanneer het puin uiteindelijk gaat liggen, bestaat de wereld nog slechts uit een drooggebakken woesternij in eindeloze variaties van geel en bruin.

De mensheid zelf is teruggevallen naar haar natuurlijke toestand van strijd van allen tegen allen, waarbij vooral de schaarse resten aan brandstof en water de inzet vormen van de bij voorbaat uitzichtloze worsteling tot overleven. Het zandkleurige apocalyptische visioen van Mad Max groeide al snel uit tot een icoon en het duurde veertig jaar en vier delen van de al even legendarische Fallout-serie alvorens er weer een beetje kleur werd gebracht in een verbeelding van de wereld na de doortocht van de atoombommen.

Uberkamper herinnert zich nog van lang geleden dat in de eerste film in de reeks Max nog een wat idealistische politieagent is, die probeert iets van recht en orde te handhaven op eindeloze Australische snelwegen. Daarbij brengt hij het grootste deel van zijn tijd door aan het stuur van zijn iconische V8 Interceptor, zijn afgezaagde Shotgun losjes in de hand. Misschien is het meest apocalyptische aan heel de zotte wereld van Mad Max wel, dat zelfs een totale nucleaire oorlog omwille van olieschaarste de mensen nog niet van achter het stuur van hun auto weggesleurd krijgt.

Wanneer zijn vrouw en zoon midden in deze groeiende anarchie vermoord worden, wordt Max boos (of zot – met het Engelse woord ‘mad’ kan het twee richtingen uit) en als een onwillige wraakengel brengt hij vanaf dan zijn persoonlijke brutale versie van vergelding aan iedere onrechtvaardige die de pech heeft zijn pad te kruisen. Na drie degelijke films en een zeer zwak computerspel uit 1990 werd het lange tijd stil rond Mad Max, maar uiteindelijk verscheen in 2015 de steengoeie maar door productieproblemen geplaagde actiefilm Mad Max: Fury Road. Een volgend deel werd inmiddels ook al opgenomen en zal in 2023 zal verschijnen.

Absurd genoeg heeft het eveneens in 2015 verschenen computerspel Mad Max niets met de film Fury Road te maken, maar had de Zweedse ontwikkelaar Avalanche Studios (via hun gemeenschappelijk baas Warner Bros.) wel de volledige toegang tot alle concept art en scenario’s van de op handen zijnde films. Het resultaat is dat het spel uit 2015 een verhaallijn volgt die volledig losstaat van de films, maar die op de vreemdste plaatsen wel narratief en visueel letterlijk citeert uit Fury Road. Dat neemt overigens niet weg de het spel een ware ode is geworden aan het Mad Max-universum. De vloeiende gevechten uit het Batman Arkham-universum kennen bij Max steevast een dodelijke afloop en worden gecombineerd met een gigantische open spelwereld waarin de Magnus Opus, een nieuwe volledig moduleerbare V8 vierwieler, centraal staat. Ook behouden is het thema van een woordkarige held die gebukt gaat onder het verlies van zijn familie (om een of andere reden heeft hij wel opeens een dochter in plaats van een zoon), maar die ondanks zichzelf toch in de bres springt voor anderen.


De spelwereld van Mad Max bestaat weinig verrassend uit een verschroeide zandvlakte, maar onder het gele zand en bruine rotsen blijken toch heel wat spreekwoordelijke wolfsijzers en schietgeweren te liggen. Boze Max bevrijdt de wereld van bandietengespuis door vijandelijke kampen te overvallen, sluipschutters te doden en tribale totempalen neer te halen. Absoluut hoogtepunt zijn evenwel de missies die uitgevoerd kunnen worden in de Magnus Opus. Uberkamper heeft zich bijzonder geamuseerd met de aanvallen op konvooien van bewapende buggy’s, rijdende vlammenwerpers en gepantserde tankwagens. Wanneer de Magnus Opus nog niet helemaal op punt stond, koos hij er noodgedwongen voor om ietwat terughoudender het sociaal uitgedaagde gespuis een voor een van de weg rammen, maar later kwam de nadruk toch meer te liggen op het ongeremd frontaal inrijden op de gemotoriseerde psychopaten waarna deze ten onder gingen in een wolk van schroot en verschroeid vlees. Het gaf veel voldoening om na het kapot rammen van de laatste tegenstander Max te laten uitstappen en tussen het verwrongen staal en de zwarte wolken van brandend rubber een gescheurde teddybeer van een bumper te halen en deze als trofee op de eigen trekhaak te zetten.

Aan alles is te zien dat Mad Max een zeer goed afgewerkt spel is geworden met een degelijk verhaal, veel inhoud en veel oog voor detail. Het grootste probleem bestaat erin dat tussen de inleiding en het moment waarop het verhaal echt op gang komt ongeveer 25 uur aan eerder repetitieve gameplay zit. Konvooien of kampen overvallen spelen doorgaans wel prettig weg, maar het verzamelen van schroot (op meer dan honderd met de hand vormgegeven locaties), het opruimen van mijnvelden en het afwerken van eenvoudige races heeft Uberkamper links laten liggen. Zelfs na deze selectie bleef de spanning wat achterwege tussen het eerste ontdekken van de spelwereld en het moment waarop de Magnus Opus de industriële raffinaderij van Gastown inrijdt om het eindspel echt te laten beginnen. Het is natuurlijk aan iedere speler zelf om in te schatten wat plezant genoeg is om te ondernemen. Spelers die graag voor de 100% gaan wacht in Mad Max een enorme klus, maar wie gewoon letterlijk een grote zandbak wil om in lol te maken die kan Uberkamper deze wat ondergewaardeerde parel aanbevelen.

25. The Bureau: XCOM Declassified (2013)


Buitenaard offensief!
Niet Rusland maar Aliens.
Amerika bijna ten
ondergegaan.

Alles komt goed en wordt
gemoedsrustbewarend
haastig en slim in de
doofpot gedaan.


Retroreview op 4gamers.be 
Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde

Er zit iets buitengewoon ironisch in het feit dat de mensheid zich pas zorgen is beginnen maken over een eventuele invasie door buitenaardse wezens, nadat we als soort ontdekt hebben dat we op de fijne korst van een magmabol leven in een verre uithoek van de Melkweg. In de maat van de seizoenen werken we onze rondjes af rondom een langzaam stervende fusiereactor, slechts van een pijnlijke dood door straling en verstikking weerhouden door een dunne sluier atmosfeer. Als soort zijn we blijkbaar perfect in staat zijn om de verpletterende onverschilligheid van het universum voor ons schamele bestaan weg te filteren, terwijl we ons wel verschrikkelijk kunnen opboeien in de onwaarschijnlijke eventualiteit van een bezoek van groene mannetjes en hun superieure technologie. Maar goed, het zal ongetwijfeld wel een evolutionair voordeel hebben dat we blind zijn voor echte gevaren en in ons broek doen voor zelfverzonnen rampen. Zo lang geleden zijn we tenslotte nog niet uit de oersoep gekropen en in ons hoofd is elk van ons nog holbewoner. Waarom zouden we anders gamen?

De originele XCOM-games uit de jaren negentig speelden alvast schaamteloos in op onze irrationele angst voor een buitenaardse mogendheid waarop we de macht en invloed projecteerden die we eigenlijk zelf zouden willen hebben. Uberkamper is er nooit toe gekomen om de eerste generatie van deze games te spelen, maar met de trage tactische gameplay van Enemy Unknown, de doorstart van de reeks uit 2012, heeft hij zich samen met een groot deel van de wereldbevolking kostelijk geamuseerd.

Het merendeel van die wereldbevolking bleek echter enorm teleurgesteld in The Bureau: XCOM Declassified dat amper een jaar later het levenslicht zag. Het spel werd nogal grondig de grond ingeboord, omdat het niet voldeed aan de belangrijkste verwachting van de fans: meer van hetzelfde. Aangezien we ondertussen acht jaar verder zijn en er al heel wat meer van hetzelfde is verschenen (en nog zal verschijnen) en aangezien in deze periode zelfs een alien president van de Verenigde Staten is geweest, voelt Uberkamper dat de tijd rijp is voor een meer objectief oordeel: The Bureau is wel degelijk een prettig wegspelende game met een onderhoudend verhaal dat met wat kunst- en vliegwerk een goede aanvulling vormt voor het XCOM universum.

Overigens staat The Bureau helemaal niet zo ver van het origineel als sommige hysterische reacties doen vermoeden. Het spel is weliswaar niet turn-based, maar het is uiteindelijk wel een uitdagend tactisch schietspel in de derde persoon geworden, waarbij dekking zoeken en bevelen geven aan twee agenten centraal staat. De weg naar succes gaat ook hier langs voorzichtig voortbewegen, sluwe flankeermaneuvers, zorgvuldige wapenkeuze en goed getimede inzet van speciale vaardigheden. De tegenstanders zijn niet altijd even intelligent, maar gebruiken wel veelvuldig granaten, drones, levitatie, mindcontrol en stomram- of springaanvallen om alles in beweging te houden en dat zorgt naast het tactische aspect ook voor een heel onderhoudende dynamiek in de gevechten (en soms wat chaos).

Ook voor het verhaal waren Uberkampers verwachtingen niet al te hoog gespannen vanwege de vele negatieve reacties. Het zou zonde zijn om hier nu te veel over prijs te geven, maar het plot was wel degelijk intelligent en gelaagd. The Bureau blijkt een uiterst geheime organisatie te zijn, die in volle koude oorlog werd opgericht om bij een eventuele overwinning van communisten op het Vrije Westen, toch nog weerstand te kunnen blijven bieden. Wanneer in 1962 de wereldbol wordt aangevallen door een buitenaardse mogendheid, halen de agenten hun voeten van hun titelgevende bureau om de invasie af te slaan en aansluitend alle sporen hiervan volledig uit te wissen. De ondertitel ‘declassified’ verwijst naar de dikke zwarte balken die alles wat hier achteraf over wordt vrijgegeven weg te strepen.

Dit alles was voor 2K Marin, makers van het spel, de aanleiding om alle registers open te trekken en een schaamteloze hommage te maken aan de jaren '60 in het algemeen en iconische verbeeldingen van aliens in The War of the Worlds of Invasion of the Body Snatchers in het bijzonder. Het geheel wordt gekruid met typische clichés als de aan paranoia grenzende jacht op communisten, het vroege geknoei met de eerste atoombommen en ongegeneerd Amerikaans exceptionalisme. Passeren ook nog de revue: een sfeervolle retro soundtrack, iconische auto’s als de Cadillac DeVille, futuristische betonbouw in Amerikaanse slaapstadjes en gestreepte maatpakken onder breedgerande vilthoeden in een wolk van blauwe sigarettenrook. Overigens verbaasde het Uberkamper hoe brutaal de dood en ellende die de aliens met hun onbezonnen invasie zaaien in beeld werd gebracht. The Bureau is al bij al een redelijk hard en volwassen spel geworden.

Volledig in lijn met de tijdsgeest ontpopt Agent Carter, het hoofdpersonage van het spel, zich tot een narcistische controlefreak die begiftigt is met een aandoenlijke hoeveelheid toxische masculiniteit en die conflicten graag oplost met gratuit geweld. Mad Men doet de groeten. Toch kiezen de makers er in de geest van het XCOM-universum voor om Carter te omringen met sterke vrouwelijke personages en agenten van verschillende  nationaliteiten en diverse afkomst. Het zijn dit soort subtiele details die tonen dat het spel wel trouw blijft aan haar oorsprong.

Het brengt Uberkamper uiteindelijk tot de conclusie dat de zure backbenchers die het nodig vonden om dit uitstekende werk af te breken, toch meer spraken vanuit hun buikgevoel dan op basis van de objectieve kwaliteit van dit spel. Daarmee zijn de kansen op een opvolger vandaag helaas niet erg hoog meer, maar The Bureau bewijst alvast dat XCOM ook een leefbare franchise kan zijn buiten haar klassieke turn-based setting.

zondag 4 juli 2021

24. Legend of Grimrock II (2015)


Grimogend Rotseiland
Valstrik en schietgeweer
wachten op versgestrand
heldenkwartet.

Baas van dit monsterlijk
schatzoekersparadijs
wordt wie vol moed en durf
grenzen verzet.


Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde

µVolgens de legende werden er eind vorige eeuw massaal snelgroeiende bossen aangeplant om te kunnen voldoen aan de enorme vraag naar vierkant geruite cursusblokken. Die werden niet enkel gebruikt door grijze professors voor baanbrekend wetenschappelijk onderzoek, maar vooral door puisterige pubers die vierkantje per vierkantje kaarten schetsten van de kerkers die ze virtueel doorkruisten in hun favoriete rollenspel.

De RPG’s uit de begindagen van het genre bestonden namelijk uit donkere kerkers en gangen vol monsters, raadsels en dodelijke valstrikken en de spelwereld werd opgebouwd uit een rooster van vierkante velden waarin spelers hun weg moesten zoeken door een weinig uitdagende combinatie van draaien in rechte hoeken en gewoon rechtdoor lopen. Tot overmaat van ramp was een kaart programmeren in die donkere middelleeuwen van de game-industrie een onaanvaardbare aanslag op het schaars voorhanden computergeheugen, maar tegelijk bleek het zich kaartloos oriënteren het analoge geheugen van de gemiddelde gamer ruim te boven te gaan. Het enige lichtpuntje in deze miserie was het trouwe cursusblok.

Moderne technologie, waarschijnlijk ook grotendeels ontwikkeld op cursusblokken door diezelfde al wat groter geworden pubers, heeft deze kerkerkruipers naar de vergetelheid verwezen. De ironie wil dat de pubers van toen inmiddels de volwassen spelers van vandaag zijn. Die bezitten ondertussen genoeg tijd en geld om zich kapot te gamen, terwijl ze weemoedig terugverlangen naar de slecht verluchte slaapkamers en de middeleeuwse kerkers van weleer waarin ze hun jeugd in hebben verprutst. Vandaag is nostalgie de brandstof waarmee een groot deel van de game-industrie wordt aangedreven, maar tegelijk bestaat de beste manier om die zucht naar het verleden te doorbreken erin om effectief een spel uit die tijd te proberen spelen. Computergeheugen is genadeloos accuraat, maar het geheugen van een gamer kleurt een spel doorheen de jaren vaak een pak rooskleuriger. Als ze al opstarten, blijken die dingen er toch nog veel lelijker uit te zien en te klinken dan dat ze in de herinnering bewaard zijn gebleven. Vaak zijn dit soort games ook extreem moeilijk en verwarrend en ook spelvoortgang bewaren is meer een zeldzame gunst dan een verworvenheid. Blijkbaar gingen spelontwikkelaars er toen nog van uit dat spelers dit soort digitaal masochisme plezant vonden, maar vandaag wil eigenlijk niemand echt nog met de verschrikkingen van die beginjaren geconfronteerd worden. 

Niet toevallig verscheen met Legend of Grimrock enkele jaren geleden een vrijwel volmaakte ode aan de legendarische games van weleer, zij het deze keer zonder heel wat ballast uit het verleden én compleet met optioneel uit te schakelen automatische kaartfunctie. Het verhaal van dit spel was briljant in zijn eenvoud. Vier gevangen worden veroordeeld voor verraad, naar de top van Mount Grimrock gebracht alwaar ze poedelnaakt in een diepe put worden gesmeten. Als ze erin slagen tot onderin de berg af te dalen en te ontsnappen, mogen ze hun vrijheid behouden.

Vanaf de allereerste aarzelende stap die hij in de slecht verlichte kerkers van Grimrock zette was Uberkamper onherroepelijk verloren. Hij moest en zou de gruwelijke monsters en dodelijke valstrikken overleven om te weten te komen wat het geheim was van deze vervloekte berg en het duurde niet lang voor hij perfect in staat was om volledig vierkant te denken. Wanneer zijn vierkoppig heldenteam een tegenstander ontdekte dan ontspon er zich feilloos een ingewikkeld soort dodendans, waarbij deze altijd diagonaal op afstand gehouden moest worden, behalve wanneer het tijd was om snel een paar beslissende slagen uit te delen. De sfeer van weleer bezat de eerste Grimrock in overvloed en het comfort van moderne games zorgde ervoor dat Uberkamper relatief vlot en zonder frustratie het einde haalde als de verwende moderne gamer die hij is.

Zoals vaak bij het tweede deel in een reeks, doet Legend of Grimrock II dit alles nog eens over, maar dan veel groter en beter. Uberkamper mocht dus deze keer niet alleen maar in donkere kruipkelders aan de slag, maar mocht zich ook helemaal uitleven op een tropisch eiland waar kastelen liggen de blinken in de zon en kerkhof, moeras of kristalmijn geduldig wachten om ontdekt en van gespuis gezuiverd te worden. Van alles is er meer: wapens, vaardigheden, rassen en klassen, valstrikken, tegenstanders, levelbosses en zelfs verhaal (hoewel dat laatste nog altijd wat beperkt uitvalt). Het past ook allemaal perfect in de vierkante wereld van Grimrock. Misschien is deze tweede Grimrock, niet enkel voor Almost Human, maar voor iedere ontwikkelaar uit de vorige eeuw wel het rollenspel dat ze hadden willen maken moest de stand van de technologie (of de bankrekening) geen vierkante balken in de wielen hebben gestoken. Hoewel voor de volledigheid moet gezegd worden dat het ook onderhoudende Might and Magix X in deze categorie thuishoort.

Met Legend of Grimrock II lag er alweer een onafhankelijk spel met heel bescheiden productiewaarden bovenaan Uberkampers Pile of Shame. Tegelijk was het een zeer prettig wegspelende titel die ook een zekere iconische waarde heeft als exponent van een RPG-cultuur uit een ander tijdperk. Meer dan in het eerste deel is het best wel een opgave om het bevredigende einde van deze dodelijke dans te bereiken, maar voor iedereen die soms terugdenkt aan hoe hij (of een toen nog eerder zeldzame zij) gevangen in het lijf van een tiener virtuele heldendaden verrichtte door met prikkende ogen naar een bakelieten lichtbak te staren, is het misschien wel een noodzakelijke therapie om een hoofdstuk af te sluiten en verder te gaan met het leven. Voor al de rest is het gewoon een goed spel.

vrijdag 25 juni 2021

23. Civilization V (2010)


Mensheid waar staat uw wieg?
Sticht een stad, groei een rijk.
Breek je buur met je cultuur
Word wereldmacht!

Iedere speler als
Vooruitgangsoptimist
Beschaving die wint of
Sterft in de nacht!



Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde

Op mooie zomerdagen, wanneer buiten overal joelende kinderen spelen, dwalen de gedachten van Uberkamper wel eens terug naar de tijd dat hij zelf nog jong was en zich onbevangen kon verliezen in het spel. Zoals ieder normaal kind moest hij daarvoor natuurlijk wel de eerst gordijnen dichttrekken om zijn scherm goed te kunnen zien en tevens zorgvuldig een zekere vijandschap onderhouden met de kinderen uit de buurt zodat die hem gerust lieten. Eens echter alle factoren vervuld waren, kon heel de botte realiteit ondergaan in de veel echtere digitale spelwereld.

Een spelwereld uit die tijd die tot op vandaag een blijvende indruk heeft nagelaten was Sid Meier’s Civilization. Het was een spel waarin de speler vriendelijk werd uitgenodigd om de omgeving wat te verkennen, stoemelings een paar toekomstige wereldsteden te stichten en tergend traag een complexe technologieboom open te plooien. Het langzaam wegtikken van de eeuwen in het spel had een quasi hypnotiserende uitwerking op de kneedbare geesten van generaties jonge gamers, waardoor de weken en maanden ook onbewust wegtikten in hun echte levens. Overigens had Uberkamper in die dagen nog geen benul van essentiële zaken als geluk, diplomatie of irrigatie met als gevolg dat Chinese tanks nogal plots korte metten maakten met zijn naïeve wereldbeeld en zijn bescheiden ambities. Vreemd genoeg waren realiteit en spel ook hierin verrassend gelijklopend.

In principe is Civilization een spel dat eindeloos te spelen valt en is het aan de spelers om zelf te bepalen waarmee ze zich zullen bezighouden. Omdat het niveau van Uberkamper ondanks eindeloze uren van studie en oefening nog steeds eerder bescheiden is, besloot hij zich voor deel V in de serie te beperken tot het grondig uittesten van alle nieuwigheden. Twee weken later dreigde zijn vrouw hem te verlaten en zijn werkgever hem te ontslaan, maar had hij wel alvast het gevoel de basis beet te hebben. Dit alles om te zeggen dat Civilization V, net als de vorige delen, het DNA behouden heeft van het verslavende origineel, terwijl het spel opnieuw massaal wat aan diepgang en complexiteit heeft gewonnen. Zo werd de indeling van de spelwereld in vierkanten intussen hexagonaal gemaakt, waardoor het nu (misschien niet toevallig) een weinig aanvoelt als een heel complexe versie van het populaire bordspel de Kolonisten van Catan. Verder zijn de introductie van culturele grenzen, religie en toerisme, en de afwezigheid van stapelbare eenheden zowat de belangrijkste veranderingen.

Normaal gezien heeft Uberkamper een zekere weerstand tegen het gebruik van mods in computergames, maar om de uitdaging interessant te houden leek het hem wel fijn om ook een paar extra beschavingen te installeren via de Steam Workshop. Dat gaat overigens belachelijk eenvoudig in zijn werk. Een topbeschaving bleek het Vlaanderen te zijn van Robrecht III die niet enkel troepen met de Goedendag, maar ook belfort en verbeterde handelsroutes met schapen (lakenhandel weet u wel) mocht inroepen. Hier was duidelijk over nagedacht. Even plezant was het om het Katholicisme over de wereld te verspreiden met het Vaticaanstad van Johannes Paulus II, wiens speciale vaardigheid een oproep tot universele heiligheid was. Het is perfect mogelijk om Civilization V te winnen zonder oorlog te voeren, wat toch ook wel een groot verschil is met het eerste deel in de reeks.

Verder ontdekte Uberkamper dat ook het Derde Rijk van een zekere Adolf Hitler en Congo-Vrijstaat van Leopold II middels een kleine mod speelbaar waren. Als doorgewinterde gamer heeft Uberkamer geen problemen met afzichtelijke reuzespinnen, boosaardige geesten of psychopaten met een kettingzaag, maar toen hij plots de vierkante baard van de voormalige koning der Belgen op zijn scherm zag verschijnen schoof hij toch even naar achter in zijn bureaustoel. Zonder een minimum aan cynisme is het onmogelijk om in dit soort zwaar beladen schoenen te stappen, maar er zal wel een publiek voor zijn, anders zou het niet gemaakt worden. Overigens hebben beruchte geweldenaars als Ghengis Khan of Atilla de Hun wel moeiteloos het standaardspel gehaald, dus het is wel duidelijk dat ‘beschavingen’ in Civilization niet enkel op aaibaarheid geselecteerd worden.

Dat is meteen ook een van de grote kwetsbaarheden van deze reeks. Het blijft een spelprincipe dat erop gericht is om de eigen beschaving cultureel of militair dominant te maken in alle uithoeken van de wereld en indien nodig daarbuiten. De geschiedenis van de mensheid is er een van conflict natuurlijk, maar sinds het eerste Civilization het levenslicht zag en even later ook Colonization van dezelfde makers, zijn niet enkel de landen maar ook de geesten beduidend meer gedekoloniseerd. In de gerijpte geesten van heel wat van onze tijdgenoten is met andere woorden het domineren van andere culturen niet meer automatisch synoniem met overwinnen. Een spel als Colonization zou vandaag alleen al voor de naam tot op de grond afgebrand worden, maar ook voor Civilization is het meer dan ooit oppassen om geen verkeerde stap te zetten in het mijnenveld van de ontwaakte tijdsgeest.

Hoe dan ook Civilization V is een  geschenk dat blijft geven. Moest Uberkamper voor de rest van zijn leven nog slechts één spel mogen spelen, dan zou dit een serieuze kanshebber zijn. Nieuwe uitdagingen, beschavingen, spelvarianten en dus ook mods geven iedere keer weer een nieuw fris beeld. Bovendien is een ‘Huge’ kaart op ‘Deity’ moeilijkheidsgraad en op ‘Marathon’ snelheid geen spel meer maar een levenswerk, dat meer tijd in beslag neemt dan sommige beschavingen effectief hebben bestaan. Misschien is dit wel het spel dat Uberkamper meeneemt naar het bejaardentehuis om de laatste tien jaar van zijn leven non stop te spelen tot de verplegers hem komen smeken om alstublieft toch één keer naar de bingo-avond te komen. Helaas is om dezelfde reden Civ V niet echt geschikt om snel even weg te werken van een huizenhoge Pile of Shame.

zondag 30 mei 2021

22. Life is Strange: Before the Storm (2017)


Raar is het levenslot!
Virtueel tienerhart
Plots in een wereld waar
Vlammen uitslaan

Bosbrand geeft gloed aan een
Tienerproblemensim
Worstelend met een vreemd
Groeiend bestaan



Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde

Life is Strange: Before the Storm valt nog het best te omschrijven als een pubersimulator waarin de speler even in de huid kruipt van Chloë, een rebelse tiener die worstelt met zowat alles wat het leven op haar weg smijt en tegelijk het noodlot vervloekt dat haar heeft laten geboren worden in een doodsaai Amerikaans stadje. Uberkamper kan alvast de ironie waarderen van een spel dat begint met een paradox waar de gemiddelde puber volledig blind voor is. Maar misschien zijn volwassenen gewoon ironische pubers die het vermogen hebben verloren om zich als een onbeschreven blad door de storm van het leven te laten meevoeren.

Een groot voordeel van personages als Chloë en de rest van het jeugdig geweld dat figureert in Life is Strange, bestaat erin dat er weinig nodig is om spelers emotioneel te laten investeren in het spel. Hun knullige reacties op een wereld die ze amper kennen maar tegelijk alles van verwachten zullen bij veel spelers niet enkel een band scheppen, maar ongetwijfeld ook een pavloviaanse beschermingsreflex of een onwillekeurige pedagogische kramp oproepen. De gameplay zelf stelt bij dit alles weinig voor, maar ongeveer elk aanklikbaar object in de spelwereld en elke onbenullige gebeurtenis krijgt een intense emotionele lading mee zoals alleen puberbreinen in volle ontwikkeling die kunnen ervaren. Wanneer bijvoorbeeld de nieuwe vriend van mama aan Chloë vraagt om godbetert een simpele moersleutel te gaan halen, begint zij aan een intense inwendige monoloog waarin gevoelens van haat en mededogen een totale oorlog met elkaar voeren. De moersleutel dus als transitioneel object in de driehoek tussen kind, afwezige vader en de nieuwe kandidaat voor die rol. Het leven van een kind is inderdaad een hypersensitieve en pijnlijke rollercoaster… of beter gezegd: raar.

Misschien ligt de aantrekkingskracht van dit spel voor volwassenen wel in het feit dat we ooit allemaal zelf onze demonen hebben moeten overwinnen. Het is soms moeilijk om voor te stellen dat we allemaal even kwetsbaar in het leven gestaan hebben als Chloë en haar leeftijdsgenoten. Life is Strange deed Uberkamper tijdens zijn sterkste momenten even terugdenken aan die tijd toen heel het vreemde leven zwanger was van verwachting, maar tegelijk alles schuurde omdat er nog geen eelt op zijn ziel stond. Een tijd waarin veel meer mogelijkheden open waren, maar de wereld te direct en ongefilterd binnenkwam om dit te waarderen. Het is bij dit alles toch de verdienste van Deck 13, de makers van dit spel, dat ze meer uit hun jeugdige karakters weten te puren dan wat kleffe romantiek. De statistieken die het spel achteraf meegeeft vertelden Uberkamper overigens dat de meeste spelers zich eigenlijk nog redelijk volwassen en verantwoordelijk gedragen in deze pubersimulator. Zelf maakte hij wel voluit van de gelegenheid gebruik om weer even net als vroeger, zonder ironie en zonder veel oog voor de gevolgen een paar volstrekt irrationele en egoïstische keuzes te maken. Wie jong wil zijn moet doen als de jongeren.

Before the Storm vertelt de gebeurtenissen die vooraf gaan aan Life is Strange (2015) en dat is in zoverre geslaagd dat het zelfs beter lijkt om de games in omgekeerde volgorde te spelen. Before de Storm haalt niet helemaal het enorm hoge niveau van het eerste deel, maar vormt er wel een zeer degelijke aanloop naartoe en vergroot de intensiteit van wat volgt beduidend. De onverklaarbare bovennatuurlijke gebeurtenissen uit het eerste deel, worden in Before the Storm nog met de handrem op gebracht, waardoor het helaas wel wat lijkt alsof er in dit spel ook minder echte gameplay zit. Ook de gigantische orkaan die de stad dreigt te verwoesten, werd teruggebracht tot een beduidend minder indrukwekkende bosbrand. Omdat beide natuurrampen synchroon lopen met de wispelturige gevoelens van de hoofdpersonages, zorgen ze er wel mee voor dat deze games zo herkenbaar aansluiten bij de geladen sfeer van het magisch-realisme, waarvan ook in Vlaanderen met Lampo en Daisne heel sterke literaire traditie bestaat. Helaas bevat enkel de Deluxe Edition van Before the Storm een bonushoofdstuk dat een verdere brug slaat tussen de twee games. Dus wie de totale ervaring wil, moet daar nog steeds iets meer geld voor op tafel leggen.

Naast verwarde pubers en emotioneel natuurgeweld voert Before the Storm overigens nog over een derde soort personages ten tonele: falende volwassenen. Van de vriendelijke drugdealer, over het aristocratische schoolhoofd, de afwezige vader en de junkie moeder tot zelfs de filosofische conciërge: Deck 13 spaart voorwaar de clichés niet bij het uitwerken van wat eigenlijk zou moeten doorgaan voor stabiliteit en evenwicht in de wereld van Chloë. Vaak zijn het net de slechtste eigenschappen van de volwassenen rondom Chloë zijn die heel deze tragische rollercoaster in gang houden. Niet verwonderlijk dat het verlangen om uit deze wereld weg te vluchten een belangrijke rode draad vormt doorheen de games.

Vermoedelijk is het slechts weinigen gegeven om het volle geweld van intense pubergevoelens in Before the Storm in één doorlopende sessie te trotseren. Uberkamper koos er alvast voor om de games van Life is Strange met wat pauze tussen de hoofdstukken af te werken. En als u beste lezer, bij dit het al het bovenstaande wat ironisch denkt: ‘Ok Boomer’, dan wenst Uberkamper u alvast van harte proficiat met de rustige vastheid waarmee u vandaag uw plaats in de wereld inneemt.


Retroreview op 4gamers.be 

Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde

maandag 24 mei 2021

21. Darkest Dungeon (2016)


Noodlottig onheilsdorp
Daaronder kerkers en
Monsters geschilderd in
pikzwart palet.

Lovecraftiaans kwaad wacht op
Zelfoverschattend
Weldra vernietigd
heldenkwartet


Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde

De term roguelike verwijst naar een genre dat spelers laat ronddwalen in een automatisch gegenereerde wereld waar het schielijk overlijden van hun personage door geen savefile of magische wedergeboorte kan worden ongedaan gemaakt. Procedural Death Labyrinth, zo worden deze games ook wel eens genoemd en dat lijkt accurater, maar het is veelzeggend dat dit tegelijk ook een goede omschrijving is voor Uberkampers eerste huwelijk. Van nature is Uberkamper overigens een voorzichtige speler met een wat compulsieve neiging om tussen twee quicksaves slechts luttele seconden te laten. Helaas biedt het echte leven geen mogelijkheid om vlak voor pakweg een levensbepalend ja-woord F5 in te duwen en dus leven wij mensen onherroepelijk verder met de gevolgen van onze beslissingen. Soms is ons vermogen om selectief dingen te vergeten zowat het enige dat ons nog in leven houdt. Een reëel risico op verlies dus, maar ook een grotere betrokkenheid bij de hele onderneming. Zo is het leven en roguelike games zijn gewoon een heel klein beetje meer zoals het echte leven.

Dit alles schoot Uberkamper door het hoofd toen hij zich aan de roguelike Darkest Dungeon waagde. In dit spel mocht hij de rol opnemen van de enige erfgenaam van een vervallen landhuis met bijhorend gehucht, waarvan de vorige eigenaar zich geen diepzinnige gedachten maar wel een fysieke kogel door de kop had geschoten. Iets wat toch voor wat meer blijvende gevolgen zorgt. Doorheen het spel blijkt dat deze wanhoopsdaad werd ingegeven door een onzorgvuldig omgang met zwarte magie, het aanroepen van een verkeerd stel oude goden en het opgraven van familiegeheimen in kelders die om goede redenen toegemetst waren. Ook hier weer slechte levenskeuzes dus en het onvermogen om met de gevolgen hiervan om te gaan. Wie er dan ook nog niet in slaagt om selectief dingen te vergeten wacht enkel maar krankzinnigheid. Om niet te zeggen dat wij mensen toch allemaal onder hetzelfde koude, onverschillige licht van dode sterren geboren zijn.

Aan Uberkamper alvast om de invasie van gruwelijk misvormde gedrochten die uit deze onfortuinlijke gebeurtenissen is ontstaan een halt toe te roepen. Wanneer een postkoets een eerste lading ongeschoolde avonturiers heeft afgezet, mogen deze in groepjes van vier het probleem te lijf gaan om aansluitend onherroepelijk te sterven of zelf compleet zot te draaien. Met de buit die deze arme avonturiers ondanks alles toch nog weten boven te halen, kan het kleine boerengat weer wat in ere hersteld worden en uiteindelijk raakt de boel zodanig opgelapt dat de postkoets regelmatig helden met een wat hoger level levert. Uiterst langzaam komt er wat schot in de zaak, tot uiteindelijk de meest duistere kerker van allemaal in het vizier komt die ook zijn naam heeft mogen geven aan het spel.

De grind naar de hogere levels duurt zonder grote tegenslagen minstens dertig uur en het verliezen van een belangrijke held, wat bij zowat elke expeditie kan gebeuren, zorgt telkens weer voor nieuwe vertraging. Dat is gigantisch veel tijd voor een roguelike en nodigt niet meteen uit om alles snel nog een keer door te spelen. Er zijn wel verschillende klassen van helden met totaal verschillende eigenschappen en het leren kennen van alle tegenstanders, gebruiksvoorwerpen, combinaties en vaardigheden blijft wel lang motiveren. Toch mocht voor Uberkamper het middenstuk van Darkest Dungeon iets compacter zijn. Vooral omdat de twee uitgebreide verhaal-DLC’s The Crimson Court en The Colour of Madness op dat moment nog volstrekt onaangeroerd lagen te wachten en eigenlijk een tweede playthrough vragen om ten volle tot hun recht te komen.

Het verhaal van Darkest Dungeon is, net als inmiddels talloze andere computergames, gebaseerd op het verwrongen universum van H.P. Lovercraft. In zijaanzicht en beurtelings slaan, bliksemen of paljassen de helden zich in pure doodsangst door duistere krochten, onderwijl belaagd door Lovecraftiaans vissenvolk, afzichtelijke monsters of misvormde duivelsaanbidders. De redelijkheid en orde die de mensheid zich moeizaam doorheen de geschiedenis bijeen heeft geschraapt, staat scheef en haaks op de onnoembare gruwel die achter dit alles zit. Red HooD Studios, de makers van Darkest Dungeon, slaagden er alvast in om Uberkamper een geloofwaardige glimp te geven van de onuitsprekelijke dreiging die Lovecraft in zijn groteske verhalen probeert op te roepen, niet in het minst omdat ze hem daarbij soms rechtstreeks citeren.

The Crimson Court is een DLC die wat varieert op het thema bloed en vampieren. Dat had snel saai kunnen worden, maar ook deze vampieren zijn zo verwrongen dat zelfs Dracula er met lange tanden naar zou kijken. The Colour of Madness is een DLC die verwijst naar het kortverhaal van Lovecraft ‘the Colour out of Space’ en trekt nogmaals alle registers open. Het is bijzonder prettig dat de DLC’s afzonderlijk naar believen in- en uit te schakelen zijn en ook een goede variantie vormen op gameplay van het hoofdverhaal.

Recent heeft Red Hood Studios Darkest Dungeon 2 aangekondigd met een verschijningsdatum ergens eind dit jaar. Uberkamper slaapt de komende weken nog even met zijn nachtlamp aan, maar als zijn getormenteerde zinnen wat tot zijn gekomen staat een nieuwe duik in de donkerste kerker ergens in de verre toekomst zeker op zijn lijstje.


Retroreview op 4gamers.be 
Het Ollekebolleke is een dichtvorm gekenmerkt door zeslettergrepigheid die Drs. P (zaliger gedachtenis) in 1974 in ons taalgebied introduceerde